Naar Sardinië

Door Houkje

1 augustus 2020 - 31 augustus 2020

De titel van deze blog dekt niet de hele inhoud. We zeilen eerst nog een paar weken rond Menorca.

Jorrit en Laura en hun kinderen Mar en Niel komen zaterdag 1 augustus een middag mee zeilen. Ze hebben een uitgebreide lunch meegenomen met lekkere Menorcaanse broodjes. We varen de baai uit en hijsen het grootzeil. De genua wordt uitgerold. Er staat weinig wind uit het zuiden. We zeilen naar het oosten. Tot noord van de ingang naar Addaya. Daar keren we om. Vlak voor we de baai naar Fornells weer in varen zien we dolfijnen.

Als we weer geankerd liggen gaan we zwemmen. Niel met mijn grote band, getrokken door Jorrit. Wouter en Paula komen nog even buurten. Paula brengt de gasten naar de wal. Daarna eten we de overgebleven lunchbroodjes, warm gemaakt in de oven, als tapas.

Als we zondagochtend opstaan en gaan zwemmen is de Safari al vertrokken. Die steekt over naar Sardinië. Met een noordelijke wind van de mistral. Wij wachten met oversteken tot Tess aan boord is. ‘ s Middags gaan we met de bijboot naar het dorp. We leggen hem in een hoek in de haven, waar meer dinghy’s liggen.

We maken een leuke wandeling langs het water naar de toren met een mooi uitzicht, zowel over zee als over de baai. Vandaar met een omweg terug naar het dorp. Het is er rustig. We komen maar een paar mensen tegen. De meesten dragen mondkapjes. Dat is verplicht op de Balearen.

Het waait de volgende dag flink uit noordelijke richting. We zeilen ’s middags met alleen de fok naar de baai van Addaya. En ankeren daar aan de oostkant van het gedeelte met meerboeien.

Dinsdag waait het hard. En het is bewolkt. We doen allerlei regelzaken, telefonisch en per email.

Aan het eind van de middag varen we met de bijboot naar de haven. Bij het havenkantoor is ruimte voor dinghy’s. Via een brede trap lopen we omhoog naar de bovenkant van het dorp. We vinden aan de andere kant een ‘coastal path‘. Helemaal bij het water langs.

We komen weer uit vlakbij de haven. Strijken daar neer op het terras voor een biertje en een ijsje. Tijdens de wandeling hadden we onze mondkapjes ‘paraat’. We kwamen niemand tegen. We varen niet rechtstreeks terug naar Wahoo maar gaan verder de baai in. Tot waar het te ondiep wordt. We hadden nog veel verder zuidelijk kunnen ankeren. Daar staan pas tonnen waar je niet achter mag ankeren. Het is een mooie baai. We zien een pad naar boven en willen daar morgen gaan wandelen.

Samen maken we de volgende ochtend de stuurboord romp schoon onder water, met duikbril en snorkel op. Dat schoonmaken moet wel 1 keer per maand. Er zitten kleine pokken op, verder groenbruin slijm en wat harig spul. Met een harde borstel wil het er goed af. De achterkant van de borstel gebruiken we om de pokken er af te schrapen.

’s Middags na half 5 gaan we weer naar de haven om te wandelen. Nu in zuidelijke richting. Langs een heel oud pad, een paardenpad van vroeger, genaamd Cami de Cavalls. Via deze paden kun je heel Menorca rond wandelen langs de kust.

Het is een prachtige wandeling. Goed aangegeven en met veel hekken, die je gemakkelijk open en dicht kunt doen. We komen uit in een stiltegebied met voormalige zoutpannen. Halverwege het pad gaan we terug. Het lukt niet om een rondje te lopen. Dat hebben we geprobeerd, maar toen stonden we opeens voor een hek met ‘privado’ en ‘prohibido’ er op. Terug bij de haven vinden we dat we wel wat verdiend hebben: een biertje of een ijsje.

Woensdag willen we een stukje verder. We halen het anker op, maar de laatste meters lukt niet. Ruimte geven op de ketting en een rondje varen helpt niet. Henk gaat te water met duikbril en snorkel en ziet, dat er een dikke ketting over het anker ligt en wel 3 strengen. Hij haalt er een lijn onderdoor die aan de tussen-beam vast zit en er over heen loopt. Ik lier het losse eind met de elektrische lier omhoog. Zodat de kettingen vrij komen van het anker. Nu moet ik de lijn vastzetten. Maar dat lukt niet omdat ik hem al een eind heb gevierd. Ik kan hem nog net vasthouden. Ik wacht tot Henk me komt helpen. Die is eerst uit het water gegaan. Doordat de lijn nog om de ketting zit kan de boot niet van z’n plaats. Als ik de lijn los laat en binnen haal zijn we los. We varen de baai uit tussen allerlei motorboten door.

Ons plan is ankeren net voorbij de vuurtoren van Favaritx. Het zeilt zo lekker met grootzeil en genua dat we eerst doorgaan naar het zuiden. Als de wind steeds zuidoostelijker wordt keren we om en zeilen terug naar de baai bij de vuurtoren. Daar is het druk met vooral motorboten en kleine bootjes. Die gaan ’s avonds allemaal weg. Uiteindelijk blijven er 3 zeilboten over.

Het water is bijna blak als we de volgende morgen opstaan en gaan zwemmen. Er is geen wind. Henk doet na het zwemmen z’n duikset om en gaat van de stuurboordromp de kiel, de schroef, de saildrive en het roer schoonmaken. Voor de waterinlaat van de saildrive en voor boven op het roer gebruikt hij een schroevendraaier. Met een rvs spons maakt hij de schroeven en de saildrive schoon. De kiel en het roer doet hij met een borstel.

Het is heet vandaag. We vinden dit een mooie plek en blijven liggen.

Aan het begin van de avond (18 uur) gaat Henk nogmaals onder water met z’n duikset om. De bakboord romp is dan aan de beurt. De kiel aan de binnenkant had het meeste aangroei: lest best. Na 1,5 uur is het klaar.

Zaterdagochtend 8 augustus, na het zwemmen, gaat Henk de zoutwater inlaat van koelkast en vriezer inspuiten met zoutzuur. Er komt een dikke wolk rommel uit, ook na de 2e keer spuiten. Hij gebruikt het blauwe handvat om zich aan vast te houden. Vlak voor we vertrekken bedenkt hij dat het handvat nog op de romp onder water zit. Hup, nog een keer te water om hem op te halen. Hij moet ingevet worden want hij gaat roesten. Na anker ophalen hijsen we het grootzeil en rollen de genua uit. Plan is om via de oost en zuidkant van Menorca naar de westkant te zeilen. Naar Cala Blanca, waar we eerder hebben gelegen. Helaas gaat de wind steeds meer uit de verkeerde richting waaien. We moeten kruisen. Na 1 slag motoren we de rest naar de zuidoostpunt. Vandaar is het gelukkig bezeild naar het noordwesten. We komen de Noyana tegen. Hebben via de marifoon contact met Piet en Mieke. Zij gaan na Menorca terug naar het westen, wij naar het oosten. Voorlopig zullen we elkaar niet meer treffen op het water.

We ankeren voor het strand van Platja de Son Bou, net buiten de gele tonnen van het zwemgebied. We zien vanaf de boot een langgerekt druk strand en daarachter bebouwing.

De volgende dag gaan we verder. Na contact met Jorrit is ons doel ankeren oost van Cala en Bosch, bij Platja de Son Xoriquer.

Als we de haven willen verkennen om te zien waar we morgen de bijboot achter kunnen laten, hebben we pech met de buitenboordmotor. Hij doet het opeens niet meer, na even snel gevaren te hebben. Na vele startpogingen doet hij het nog steeds niet, geen slag. Dan maar terug peddelen naar Wahoo voor nader onderzoek.

Een passerende waterscooter met een jong stel er op biedt hulp aan. We krijgen een sleepje naar Wahoo. Tof.

Henk gaat meteen aan het sleutelen. Carburateur eruit en schoonmaken. Er is niets aan te zien. Bougies eruit en vervangen. Die zien er wel wat roestig uit. Andere tank benzine eraan gekoppeld. Starten….en hij loopt meteen! En rustiger en stabieler dan de afgelopen tijd. Dus gaan we nog een keer naar de haven. Via een smalle doorgang, onder een brug door van 8 m hoog. Er kunnen dus geen zeilboten komen. Wel liggen er veel motorboten in de haven. We zien nergens een plek voor de dinghy’s. Daarom vragen we het havenpersoneel, dat langs vaart in een boot met vuilniszakken (de afvalboot?). Aan het begin van de haven, aan bakboord als je binnenkomt, is een blauwe kade. Daar mag de bijboot liggen. Dat geven we later door aan Jorrit. Hij zal ons maandagmorgen om 10 uur daar oppikken.

We rijden met Jorrit en Laura mee naar de Mercadona in Ciutadella en slaan een flinke voorraad in, vooral van zware dingen. Ideaal, want vanuit de auto is het slechts een klein stukje lopen naar de bijboot. Die is wel helemaal vol. We bedanken Jorrit en nemen afscheid met een ‘tot ziens, we houden contact’.

Terug op Wahoo gaan we eerst alles opruimen. Daarna maken we de boot zeilklaar. Vandaag is de wind nog gunstig (zuidelijk) om richting Mahon te zeilen. Daarna is er voor een paar dagen oostenwind voorspeld. En donderdag komt Tess. Dan willen we bij Mahon zijn.

Als het anker boven water is zie ik dat de swivvel verkeerd om zit. Dat hadden we bij het snorkelen al gezien. Maar we gingen er van uit dat het vanzelf goed zou gaan. Nee dus. Henk komt helpen met een lange lijn om het anker. Die geleidt hij naar voren, onder het net door. Dan vastzetten op de kikker op de voorbeam. En dan de lijn aantrekken. Ik geef intussen ruimte op de ketting. De 1e poging mislukt, de swivvel blijft verdraaid zitten. Bij de 2e poging gaat het goed en staan swivvel en ankerketting weer in 1 lijn. Het anker kan verder omhoog. We kunnen gaan.

Eerst zeilen we aan de wind met grootzeil en fok. Na de 2e keer overstag rollen we de fok in en de genua uit. De wind is afgenomen en de schuimkopjes zijn weg. Meestal kruisten we met de stuurautomaat op ‘wind’. Nu proberen we aan de wind te zeilen met de stuurautomaat op magnetisch kompas. En als de genua teveel invalt sturen we een paar graden bij door af te vallen. We maken op deze manier betere kruishoeken.

Het gaat lekker, we zeilen door tot voorbij Mahon. Naar Cala Mesquida. Wat een mooie baai! Het is een rustige avond en nacht. Geen golven. Geen lawaai.

Dinsdag is alweer een mooie warme dag. We gaan alvast wat voorbereidingen doen voordat Tess komt. Opruimen en schoonmaken. Aan het eind van de middag gaan we naar de wal. Aan de zuidoost kant van de baai leggen we de bijboot een eindje op het strand en achter vast met een ankertje. Ons doel is de hoge berg aan de noordkant van de baai. En eerst de toren, aan de westkant. Die blijkt onbereikbaar. Want er staan huizen voor waar je niet langs mag. En bij de toren zien we een bord met ‘prohibido= verboden’ er op. Via een vlonder pad achter het strand langs komen we bij de bergrots. Mensen die we tegen komen zijn enthousiast over het uitzicht vanaf boven. En wij zijn dat even later ook. Als we weer aan boord zijn kijken we anders tegen onze omgeving aan.

’s Nachts liggen we eerst met de kop in de wind en in de deining. Later draait de wind naar noord maar de deining komt nog uit het oosten. We waggelen van bakboord naar stuurboord, niet lekker.

Daardoor zijn we vroeg wakker en slapen lukt niet meer. Dan maar op tijd er uit en eerst zwemmen. Om half 11 gaan we anker op en motorren naar Mahon. Naar de baai Teulera bij fort La Mola. Een mooie ankerbaai. Wel redelijk druk. Veel dagjesboten, die in de loop van de avond vertrekken.

’s Middags is plotseling het water gezakt en de wind is gedraaid naar zuidwest. We raken de grond. Anker op en even verderop weer ankeren. Pas na de 3e poging liggen we goed. Net ver genoeg van de ondiepte. De Franse zeilboot voor ons zit ook aan de grond. Met behulp van z’n bijboot brengt een bemanningslid het anker verder weg en zo komen ze los.

We hebben op GoogleMaps een locatie opgezocht aan de zuidkant van het vaarwater naar Mahon. Daar is een trailerhelling in een baaitje met bootjes. Die locatie heb ik doorgegeven aan Tess en daar gaat ze met een taxi vanaf het vliegveld naar toe. Ze staat al te wachten als wij met de bijboot aankomen om 20 voor 9 ’s morgens. Het is een gezellig weerzien na 7 maanden. Ze heeft een aantal spulletjes meegenomen die Henk in NL besteld heeft.

Na de koffie gaat ze eerst slapen. Daarna zwemmen, snorkelen, afkoelen. Want het is een hete dag.

Om 5 uur gaan we naar de wal, want we willen het fort La Mola bekijken. Entree is € 8 p.p. Maar dat is het zeker waard. Het is een groot complex met onderaardse gangen, lekker koel. We lopen er wel 2,5 uur rond. Dan zijn we ook bij het einde van het terrein, bij het kanon geweest.

Terug aan boord eerst zwemmen voor we eten klaar maken.

Een paar keer op een dag komt het bootje van de haven autoriteit langs varen en worden alle bootnamen opgeschreven. Op deze ankerplaats mag je maar een paar dagen liggen. We wachten niet tot we weggestuurd worden maar vertrekken.

Er staat een lekker windje uit het noorden. We willen om de zuidkant van Menorca varen. Het grootste deel kunnen we zeilen. We komen voorbij het huis van Jorrit en Laura en de vuurtoren van Cap d’ Artrutx er vlakbij. Voorbij Ciutadella is de wind opeens op. We buigen af naar Cala del Amarador om te ankeren. Een baai met rotsen rondom en turquoise water boven een zandbodem.

Zaterdagmorgen 15 augustus gaan we met z’n drieën snorkelen bij de rotswanden langs. Het is prachtig! Veel scholen vissen en visjes. Ook mooie begroeiing. Een school visjes net onder het wateroppervlak. Platvisjes en roggen bij de ankerketting. En heel goed zicht!

We willen vandaag een stukje verder naar het oosten. Het waait lekker uit het zuiden. We rollen alleen de genua uit. Het grootzeil blijft onder de huik. Na de noordwest punt is de wind opeens tegen. We motorren een stukje en als er weer wat wind is uit het noordoosten zeilen we met alleen genua aan de wind verder.

We kijken dagelijks naar de windvoorspellingen. Voor een goed weervenster om over te steken naar Sardinië, een tocht van 200 mijlen. Eerst leek het komende dinsdag gunstig. Vanmorgen was dat opgeschoven naar woensdag. En vanmiddag is het weer anders. We besluiten morgen te gaan. Die voorspelling is redelijk zeker. De rest verandert steeds. We willen de baai Algairens in varen. Maar nu passen we de koers aan en gaan vast verder oostelijk. Om half 5 kijken we nog eens naar het weer. De wind is aangetrokken en komt uit het noordwesten. We gaan meer dan 5 knopen alleen op de genua. We overleggen even samen en besluiten nu door te zeilen naar Sardinië. Huik eraf, grootzeil hijsen. Wel eerst genua inrollen en motoren aan. Als we op koers liggen, oostnoordoost, genua uitrollen en motoren uit. Een eind voor ons zien we 3 zeilboten met de zeilen over bakboord. Wij hebben dezelfde koers met de zeilen over stuurboord. We kunnen er dus op wachten dat de wind verderop zuidelijk is. En ja hoor, de genua valt in. De wind komt even van voren en dan van stuurboord in. Grootzeil naar het midden van de rail want het lijkt een aan-de-windse koers. Genua uit gerold aan bakboord. Het duurt even dat we snelheid hebben maar…. daar gaan we. Ik ben net binnen bezig of Henk roept me. De genua moet ingerold, het waait te hard. Dus vallen we wat af en rollen de genua in. De fokkenschoot moet eerst nog door een andere geleider. Daarna de fok uitgerold. Eerst zeilen we aan de wind, maar dat hakt teveel. We vallen wat af omdat dat lekkerder op de golven ligt. Het gaat voorspoedig. Snelheid steeds boven de 9 knopen. Sardinië, we komen eraan!

Tess vindt het leuk om te koken en gaat eten klaar maken. Risotto. Heerlijk!

De snelheid loopt langzaam iets terug. Als ik om 1 uur met Tess de wacht van Henk overneem zeilen we met een windhoek van 40 graden en een snelheid van 5-6 knopen. Dat loopt al snel terug naar rond de 4 knopen. Na 2,5 uur maak ik Henk wakker. De snelheid is dan nog maar 1,5 knoop. En we hebben maar 10 mijlen afgelegd in 2,5 uur. We zien het even aan en starten dan 1 motor.

Uiteindelijk gaat de motor pas om 18 uur weer uit. De hele dag is de zee bijna zo glad als een spiegel. 2 keer zien we dolfijnen voorbij gaan in tegengestelde richting.

We proberen een aantal keren te zeilen. Als er weer een windveldje is. Maar het lukt steeds niet. We realiseren ons dat we nog een nacht door moeten.

Met een rustige 4 knopen zeilen we de nacht in. Om 1 uur is de wind weer op. We moeten dan nog 28 mijlen naar de noordwest passage (tussen de eilanden door) van Sardinië. We willen bij daglicht aankomen. Dus motorren we met een snelheid van 4,5 knopen. Om half 6 kunnen we weer zeilen. Henk gaat nog even slapen en ik roep hem ruim voordat we door de passage moeten.

Die wordt aangegeven met een geleide lijn en een koers van 74 graden.

Onderweg, toen het net licht was, heb ik de Spaanse gastenvlag verwisseld voor de Italiaanse.

De zonsopkomst zien we niet, die speelt zich af achter een berg. Maar de lucht kleurt wel mooi. En even later komt de zon tevoorschijn. Het is een mooie rustige binnenkomst bij Sardinië.  Er liggen veel schepen voor anker achter Isola Piana, meteen als je de bocht om bent. Wij varen ze voorbij en gaan dan ankeren. We hebben het gehaald! De helft van de tocht gezeild, de andere helft gemotord. Het voordeel van onze plotselinge beslissing zaterdagmiddag om door te zeilen is, dat ik er van tevoren niet tegen aan kon zien. Meestal kan ik de nacht voor een lange overtocht niet goed slapen van zenuwen. Als we dan eenmaal onderweg zijn is het over.

De aankomst dag wordt gevuld met gewone dingen. Tess gaat nog slapen maar wij zijn allebei niet moe.

’s Middags pomp ik de Kayacat op en peddel richting de toren op het eilandje. Het is tegen de wind en de golven in en het is harder gaan waaien. Dus het is een goede oefening voor m’n armspieren.

Omdat we naar een apotheek moeten gaan we ankerop. We zeilen met de genua naar Stintino een paar mijlen zuidwaarts en ankeren zuid van de haven. Henk brengt Tess en mij naar de wal. Met afval. We zien meteen 2 containers waar het in kan, een gele voor plastic en een grijze voor restafval. Later ziet Henk door de verrekijker dat die containers bij een restaurant worden neergezet. Meeste kans dat ze niet voor algemeen gebruik waren.

De apotheek heeft gelukkig in voorraad wat we nodig hebben. Daarna gaan we nog naar 3 supermarktjes. 2 kleintjes met veel lokale producten. En de laatste is wat groter en heeft meer producten. De prijzen liggen wel veel hoger dan in Spanje.

Tess trakteert op Italiaans ijs, heerlijk!

Henk haalt ons weer op. We zeilen terug met Wahoo naar onze 1e ankerplaats. Daar is het veel mooier. We ankeren op ongeveer dezelfde plek.

We vieren de goede oversteek van Menorca naar Sardinië met Cava rosé. Na het avondeten. We gaan op tijd naar bed en hebben een goede nacht.

Dinsdagmorgen gaat Tess voor haar ontbijt kayakken naar de toren op het eilandje. Vandaag willen we een stuk verder, naar Cabo Testa. Maar dat is te ver als er weinig wind is. Onderweg stellen we het doel bij. Het wordt Isola Rosso. We verruilen de genua voor de code zero. Het zeilt lekker. Tot vlak voor de ankerplaats. We ankeren in zand aan de zuidoostkant van de haven. Met de achterkant naar de wal. Wind en golven komen van noordwest.

In de nacht draait de wind naar zuid, terwijl de golven nog van noordwest komen. Dus de boot ligt dwars op de golven te schommelen. Daar heb ik last van en ik heb dus een tijd wakker gelegen. Als we vertrekken en voorbij het rotseiland Isola Rossa zijn om het zeil te hijsen, blijkt dat de rots toch wel de golven dempt. Er staan aan de buitenkant van de rots flinke rollers. De genua moet nog gehesen worden, dat gaat lastig op een wiebelboot. Helemaal als eerst de onderkant (per ongeluk) omhoog gaat. Gelukkig ontdekken we dat vrij snel. Dus hup, genua weer laten zakken en opnieuw hijsen. Eerst is er heel weinig wind. Onze snelheid is gemiddeld 2 knopen.

Onderweg zien we grienden: ze zwemmen langzaam voorbij en ze spuiten af en toe.

Gelukkig duurt het niet zo lang dat het wat harder gaat waaien. De windhoek is 40-60 graden. Het zeilt heerlijk. Later is het een voordewindse koers. We gaan door naar de baai van Arzachena, waar we aan de noordoostkant van de baai ankeren. Morgen wordt de wind oostelijk en dan liggen we daar beschut. Het is een mooie baai, er liggen weinig boten, waarvan de meeste vertrekken voordat het donker wordt.

Na een rustige ankernacht staan we donderdag redelijk vroeg op. Tess gaat om half 9 al kayakken.

De status van de Mastervolt Lithium ion accu’s is 28%. Het systeem heeft alarm gegeven bij 30% maar we hebben dat niet gehoord. Het staat op het display. De motor moet aan om stroom te draaien. De vriezer draait continue. Er zit flink wat ijs op de koelplaat. Dus hij moet ontdooid worden. Dat doen we door na het leeghalen er bakjes kokend water in te zetten. En met de föhn te blazen. Hij is snel ontdooid. Ik maak hem schoon en Henk vult hem weer. Daarna maak ik de koelkast leeg en schoon. Dat is een bijna wekelijks klusje.

Ik ga na de koffie kayakken. De baai rond langs de kanten. Die zijn rotsig met een paar strandjes. Erg mooi! Bij een steigertje waar je waterfietsen kunt huren voor € 15 per uur ga ik vragen of we de bijboot daar kunnen parkeren. Dat kost € 5 per uur. Dat gaan we dus niet doen.

Samen met Tess ga ik snorkelen. Er is veel te zien, vooral bij de kant. Zeegras en rotsbodem, vissen en scholen kleine visjes.

Rond 6 uur, als het niet meer zo heet is, brengt Henk ons naar de wal. Hij zet ons af bij een steigertje aan de noordkant van de baai. We lopen linksom, via een zandpad naar het water. Daar is een duikschool. Het pad houdt er op. We hebben geen zin om terug te lopen en een goed pad op te zoeken. We klimmen over de rotsen, soms met behulp van handen en voeten, en gaan op die manier naar de volgende 2 strandjes. Steeds hebben we een mooi uitzicht over de baai. Halverwege het 2e strandje is een pad. Niet heel duidelijk, maar op Google Maps is het een pad. Daarover lopen we terug. Henk haalt ons op bij het andere steigertje, aan de zuidoost kant van de baai, waar het € 5 per uur zou kosten. Nu hoeven we niks betalen.

De douchekop van de buitendouche breekt af. Die kunnen we niet meer gebruiken. Henk improviseert met Gardena aansluiting en koppeling en spuitmond. Dat lukt. Zo kunnen we steeds het zout afspoelen als we gezwommen hebben.

Tess gaat vrijdagochtend eerst kayakken, het is nog rustig qua golven en wind. Vandaag zal het harder gaan waaien uit het zuidoosten. We gaan een paar baaitjes verderop. Maar eerst met alleen de fok de baai van Arzachena, tot voorbij de haven van Cannigione, verkennen. Ook met de fok weer terug. Als het recht tegen de wind is starten we de motoren. En rollen de fok in. We ankeren in de baai Liscia di Vacca. Er liggen wel 6 hele grote motorjachten. De grootste is de ‘I Dynasty‘, 101 X 16 meter. Met allerlei speeltjes er achter. De kleinere boten vallen daarbij in het niet.

Henk brengt Tess en mij naar het dichtstbijzijnde strand. Er is een afvalbak, dus we kunnen weer wat afval kwijt. Afval is een probleem in Italië. In Spanje stonden om de paar honderd meter grote afvalcontainers. Hier staan ze nergens. Alleen op de grote stranden zijn afvalbakken. En soms in de dorpen, langs de weg. Met een kleine opening. Het is echt zoeken naar mogelijkheden.

We willen naar de vuurtoren van Capo Ferro. Google Maps helpt ons de juiste weg vinden. Hoewel we eerst de verkeerde kant op lopen. Voet- of fietspaden hebben ze hier niet. Je loopt gewoon aan de kant van de weg. Van veraf zien we mensen op het platte dak naast de vuurtoren. We lopen door, het hek staat open. Wel is er een bord, maar we begrijpen niet wat er op staat. Meteen stopt er een auto naast ons. We lopen op privé terrein en moeten terug. Het hek gaat dicht. Dan begrijpen we dat er iets van ‘verboden toegang’ op het bord staat. Bij het pad waar we langs terug willen lopen staat ‘privado’, dus daar gaan we niet in. Dan maar dezelfde weg terug. We maken nog een uitstapje naar een mooi strandje. We worden aangesproken door een agent. 2 vrouwen staan bij hem. De ene vrouw is op zoek naar haar zoon. Of we hem gezien hebben, vraagt hij. Nee, dat hebben we niet. Na een hele mooie wandeling komen we voldaan terug aan boord.

Omdat we maandag naar het vliegveld van Olbia moeten om Tess weg te brengen en het morgen hard gaat waaien willen we zaterdag naar een baaitje noordelijk van Olbia. Het is bezeild, net niet aan de wind, en we hebben alweer een heerlijke zeiltocht. We worden opgelopen door een groot zeiljacht met de naam ‘Kauris IV‘ (43x9m). Hij gaat 2 x zo snel als Wahoo. Als hij bijna naast ons is worden de zeilen opgeruimd. Een half uur later varen we er voor de wind voorbij. Hij ligt voor anker achter een rotseiland, Isola di Figarolo. Er liggen veel geankerde boten, waar we tussendoor zeilen. We ankeren in de baai Nodu Pianu. Er liggen een aantal motorboten. Die vertrekken later allemaal. Er komen wat zeilboten bij. We verkennen om beurten de baai met de Kayacat.

Het waait zondag al wat harder uit het westen. We liggen mooi rustig. Tess en ik gaan zwemmen naar het meest oostelijke strand. We hebben wind en golven mee. Daarna lopen we langs de strandjes naar het meest westelijke strand. Vandaar zwemmen we terug naar Wahoo. Met wind en golven schuin achter.

Mats van Amoress, onze buurman in Almerimar, komt buurten nadat ik hem een berichtje heb gestuurd. Ik had tijdens het zwemmen zijn boot herkend.

Henk brengt Tess en mij naar een steigertje in de ondiepe baai voor ons. Zakje afval mee voor de bak op het strand. We wandelen eerst via het strand naar het dorpje. Omdat we dat saai vinden zoeken we het water weer op. We waden door het ondiepe deel van het baaitje naar de overkant. En lopen via de strandjes naar een plek waar Henk ons kan ophalen. Dat is net voorbij de steiger met bootjes.

We zeilen maandagochtend 24 augustus met alleen de fok naar Olbia. Komen een mooi gepimpte veerboot tegen. Met Superwoman er op. We hebben ook al eentje gezien met Batman, en een met Disney figuren er op geschilderd.

Van Wouter hebben we een geschikte ankerplaats geappt gekregen. Aan de zuidkant van de baai, voorbij een jachthaven. Plus een plek waar we de bijboot kunnen achterlaten, bij een steigertje in de hoek. Vandaar is het maar 15 minuten lopen naar het vliegveld. Nog een Italiaans ijsje op het terras voor de vertrekhal en dan nemen we afscheid van Tess. Het was erg gezellig om haar 12 dagen aan boord te hebben.

We hebben een steekkarretje en boodschappentassen bij ons. De Eurospin supermarkt is vlakbij het vliegveld. We slaan een flinke voorraad in. En gelukkig voor ons loopt de weg nu naar beneden. Na alles te hebben opgeruimd gaan we nogmaals met de bijboot naar de wal. Nu voor een bezoek aan de Decathlon. En we proberen een winkel te vinden waar ze Gardena aansluitingen verkopen. De Chinese winkel heeft wel onderdelen die er op lijken, maar net niet wat we nodig zijn. De Decathlon heeft geen supboard in voorraad, die zouden we kunnen bestellen. Dat doen we niet, dus die aankoop stellen we nog even uit.

We blijven niet op de ankerplek. De wind is gunstig om met alleen de genua de baai van Olbia uit te zeilen naar het oosten en dan rechtsaf de hoek om naar Porto Istana. Daar liggen Relax en Safari.

Het is inmiddels half 9 en bijna donker. Paula nodigt ons uit voor een lekkere maaltijd met wraps. Daar zeggen we geen nee tegen. Na elkaar ruim 3 weken niet gezien te hebben is er genoeg om bij te kletsen.

We gaan dinsdagochtend met Relax en Safari een paar baaitjes verderop, naar Don Diego. Om daar te ankeren. Iets naar het noordoosten ligt een wrak, bijna helemaal onder water. We gaan er met de bijboot heen om te snorkelen. Het is een wrak van een groot schip, de Chrisso. Aan de grond gelopen 31 december 1974. Hij is helemaal uit elkaar gevallen. De delen zijn mooi begroeid en er zwemmen veel vissen. Henk filmt met de Gopro en maakt foto’s met de camera.

Het anker van Safari houdt niet, ze gaan een baai verderop ankeren.

Tuula en Pekka van Relax komen buurten en blijven eten.

Woensdagochtend om 9 uur komen Tuula en Pekka mij ophalen om naar San Paolo te lopen om daar wat boodschappen te doen. Het is ongeveer 2,5 km lopen, waarvan de helft langs een drukke weg. Na de supermarkt even ergens koffiedrinken en dan terug lopen.

’s Middags gaan we een stukje zeilen en we willen daarna ankeren bij Isla Tavolara. Het anker van Safari houdt daar niet en zij gaan naar de baai bij San Paolo. Daar gaan wij later ook ankeren.

Eind van de donderdagmiddag ga ik met Wouter en Paula naar de wal. Afval wegbrengen naar de bakken op het strand en een stukje wandelen.

Vrijdag 28 augustus is Wouter jarig. We zijn uitgenodigd voor koffie met gebak. Samen met Tuula en Pekka en Niklas en Kristina (van motorboot Lady). En ’s avonds voor snacks en een borrel. Gezellig.

Er hangt de volgende dag een wolk boven Isla Tavolara, ten oosten van ons. Het lijkt net een UFO.  Later komt er een rookwolk van de andere kant. Daar staat iets in brand, wat geblust wordt met blusvliegtuigjes. Een bijzonder gezicht, zo’n rookwolk waar de zon doorheen schijnt. Later vinden we as vlokjes aan boord. Henk brengt mij met Wouter en Paula naar de wal. We gaan wandelen en even naar de supermarkt in San Paolo.

Zondag waait het hard. We blijven aan boord. ’s Avonds is er een mooie zonsondergang.

Vannacht is het gaan regenen. Met wat onweer, meest veraf. En het blijft regenen tot het eind van de ochtend. De boot is mooi schoon gespoeld, het zout is er wel af. In de randjes ligt wat zand. Ik zwabber de boot droog. En verwijder het zand.

’s Middags gaan we een ander behangetje zoeken. We vertrekken met ruime wind, alleen de fok uitgerold. Als we de hoek om komen in de baai van Olbia begint het te blazen. Het is aan de wind naar Golfo Aranci. Het laatste stuk motorren we tegen de wind in. Voordeel is dat we meteen stroom opwekken voor de accu’s. Die zijn vrij leeg na een paar bewolkte dagen.

We ankeren bij Golfo Aranci. Een mooie ruime baai. Lady ligt er ook. En Safari komt later.

Dan is augustus voorbij. Een maand, waarin we een kleine 500 mijl afgelegd hebben, waarvan minstens 85% zeilend. En waarin we van Spanje naar Italië zijn gegaan.